Sport en Spel infodag

Allerlei tips en tricks voor Sport en Spellers

 

TIPS BIJ HET MAKEN VAN EEN DAGTOCHT

Voorbereiding voor kamp

Het voorbereiden, uitzetten en uitwerken van een dagtocht neemt meerdere dagen in beslag. De beloning is vaak wel dat een leuke dagtocht een hoogtepunt in je kamp is en de groep dichterbij elkaar brengt. Daarnaast is het leuk én handig dat de groep lang van het terrein weg is. Denk in de voorbereiding verder aan het volgende:

  • Zorg voor een stafkaart van het gebied.
  • Vaak hebben andere S&S'ers al goede routes bedacht en gelopen, vraag dus vooral ook om advies.
  • Kies vooraf bij je weekplanning de dag slim uit. Denk daarbij aan:
    1. de energie van de kinderen
    2. je adju's, die vaak op maandag inkopen willen gaan doen
  • Ga ruim voor het kamp naar de locatie toe om je tocht te lopen.
    1. Noteer de tijden tussen locaties of posten. Hou daarbij een vrij lage snelheid aan.
    2. Maak zoveel mogelijk foto's. Die komen altijd van pas.

Hoe je zorgt dat iedereen thuiskomt

Dagtochten kun je zo spectaculair maken als je zelf wilt. Het is alleen erg frustrerend als groepen (flink) fout lopen. Ze gaan dan veel extra kilometers maken, posten missen, of door jou voorbereide spellen missen. Dat is eigenlijk zonde van al je voorbereiding.

Een paar tips:

  • Heb je de tocht lang van tevoren uitgezet (in een lastig gebied)? Dan kun je overwegen om op de dagtocht-dag voor de groep uit te fietsen (of je kan met de eerste groep meelopen) en lintjes te hangen op onduidelijke plekken.
  • 'Neem het derde bospaadje links'. Hmm ….dat kan verwarrend zijn. Geef bij twijfel een extra aanwijzing. Een dagtocht hoeft niet gemakkelijk te zijn, maar wees duidelijk bij het geven van aanwijzingen.
  • Geef de groepen een noodenveloppe mee met bijvoorbeeld:
    1. kaartje met daarop duidelijke landmarks aangegeven
    2. telefoon + te bellen nummers van stafleden voor als het echt niet meer gaat

De dagtocht in je kampweek

  • Zorg, aan de hand van je gemeten looptijden, voor een tijdslijn. Welke groep is waar op welk moment? Maak ook een tijdslijn voor de staf; welk staflid is waar op welk moment? Zorg dat iedereen een idee heeft waar de anderen die dag mee bezig zijn en wie je straks tegenkomt of op wie je moet wachten.
  • De dagtocht is vaak een extra leuk moment om groepen door elkaar te mixen. Doe dat in overleg met tentchefs en hoofdleiding
  • Neem de route de avond van tevoren globaal met de staf door.
  • Zorg dat de volgende spullen de avond van te voren klaar staan:
    1. Wc rol
    2. EHBO kistje
    3. Nood envelop
    4. Fles water
  • Neem ieder staflid dat een post bemand even apart om te zorgen dat:
  • De post op de juiste plek zit
  • Alle benodigde spullen er zijn

Creatiever met je dagtochten

Probeer iets unieks te doen! Bedenk daarbij dat oudere kampers meer originaliteit verwachten dan jonge kinderen.Een rode draad of thema voor je hele dagtocht kan de dag 'aan elkaar lijmen'. 

Onderdelen in je dagtocht

Probeer ook de beschrijving afwisselend, maar vooral duidelijk te houden. Er zijn altijd groepen die toch fout lopen en/ of verdwalen. Goede onderdelen om een route duidelijk te beschrijven zijn:

Beschrijvende Tocht
Hierbij beschrijf je steeds een kruispunt en daarbij vermeld je welke kant de groep op moet. Heel duidelijk zodat je het maar op één manier kan uitleggen.

Kruispuntentocht
Hierbij teken je een kruispunt uit de richting waar de groepen vandaan komen en d.m.v. pijltjes geef je aan welke kant ze op moeten.

Lintjestocht
Hierbij hang je op de te lopen route lintjes op die de groepen dus moeten volgen. Handig is om af te spreken dat alle lintjes aan de rechterkant hangen. Voor de echt moeilijke stukken of als je zeker wilt zijn dat de groepen ergens zeker langs komen of een bepaalde route nemen in b.v. een ondoordringbaar bos.

Fototocht
Maak van elke kruising een foto met hierop een van de sportknotsen die met zijn hand de richting aangeeft. Of maak foto’s van kenmerkende voorwerpen langs de route. Een speciale boom, een huis, een plant, een paaltje etc.

MP3-tocht
Dit kost veel tijd maar is wel erg leuk. Tijdens het uitzetten (je loopt op kindertempo) spreek je bij elk kruispunt, (de opname blijft de hele tijd op record staan) de te lopen route, in. Thuisgekomen mix je er muziek tussen en klaar is de tocht. Zorg dat alle chefs boxjes meekrijgen en dat ze de mp3 op hun telefoon of mp3-speler hebben staan.

Kaartopdracht
Bijvoorbeeld van A naar B d.m.v coördinaten.

Oleaattocht
Punt A en B staan op aparte doorzichtige sheet die maar op één manier op de kaart past. Je kunt ook een lijn tekenen die maar op één manier op de weg/ route past. Je geeft deelnemers zowel een kaart als de sheet mee.

Kompasopdracht
Hou het simpel, b.v. loop 500m NO en volg het beekje of de weg stroomafwaarts.

Strippenkaart
Een strippenkaart is een verticale lijn met links en rechts horizontale of schuine dwarsstrepen. De verticale lijn is de route die je moet lopen. De dwarsstrepen zijn de wegen waar je niet in moet gaan. Je begint je route beneden aan de verticale lijn. Je gaat omhoog langs die lijn in de richting van het doel, helemaal bovenaan de lijn. Elke keer dat er een streepje aan de rechterkant van de lijn staat laat je een weg aan je rechterkant liggen. Die weg die je laat liggen ligt dus rechts van de lijn tussen de weg waar je vandaan komt en die waar je in gaat.
Ditzelfde geldt natuurlijk omgekeerd voor een streepje aan de linkerkant.

Knopentocht
Elke ploeg krijgt een touwtje mee met daarin een rij knopen. Een bepaalde kant van het touw is gemarkeerd als het begin van de route. Elke soort knoop staat voor een bepaalde richting. Zo is er dus een knoop voor rechts, links en één voor rechtdoor. Nadeel van deze route is wel dat het alleen kan op ‘eenvoudige’ kruispunten. Je kan namelijk niet een zevensprong aangeven met een enkele knoop! Een variant op de knopentocht is een kralenroute. In plaats van een knoop staat een bepaalde kleur kraal voor een richting.

Ogenroute
Bij de ogenroute zeggen de ogen in getekende gezichtjes welke kant je op moet. Is in het gezichtje het linkeroog ingekleurd dan moet je linksaf en als het rechteroog is ingekleurd rechtsaf. Beide ogen ingekleurd betekent rechtdoor.

Quizroute
Het kruispunt is uitgetekend en elke weg heeft een eigen letter gekregen. Als er drie mogelijke wegen zijn dan zijn de letters bijv. A, B en C. Bij dat kruispunt staat een quizvraag. Op die vraag zijn drie multiple-choice antwoorden gegeven, n.l. de antwoorden A, B en C. Afhankelijk van welk antwoord het goede is ga je een weg in.

Natuurspoor
Bij een natuurspoor let je op ongewone dingen in de natuur om je heen. Zie bij een kruispunt iets ongewoons op een van de wegen, dan weet je dat je daarheen moet. Enkele voorbeelden zijn: sparappels onder een beukenboom, eikels onder een spoor, een knoop in een graspol of brandnetel.

Bolletje pijltje route
Bolletje pijltje lijkt op kruispuntenroute alleen is er hier om de pijl geen kruispunt getekend. Je ziet dus alleen het bolletje waar je vandaan komt en hoe je moet lopen. Het kan dus best zijn dat het hier niet gaat om twee wegen die elkaar kruisen, maar om een zevensprong. Je begrijpt dat een plaatje van een gebogen pijl in de praktijk op veel
kruisingen past. Je zal in de praktijk met bolletje pijltje als je eenmaal fout bent gelopen dus vaak nog een tijdje doorlopen voordat er zich een kruispunt voordoet waarbij de tekeningen niet meer kloppen. Wat dat betreft is bolletje pijltje wat riskanter dan een kruispuntenroute, maar bolletje pijltje is natuurlijk wel een iets grotere uitdaging.

Kruispunt noordpijlroute
Bij deze routeaanduiding wordt in het plaatje van het kruispunt niet aangegeven waar je vandaan komt. In elke tekening staat een pijltje op de weg waar je in moet gaan. Naast de tekening staat een noordpijl. Met een kompas leg je de tekening naar het noorden en de pijl wijst aan welke weg je moet.

Infocommissie