Sportknots

Als sportknots heb je voor het kamp wel wat werk te verzetten. Je verzorgt het sport- en spelprogramma voor de hele week. Je mag daarbij al je fantasie gebruiken, want een afwisselend, origineel, actief en gevuld programma doet het altijd goed. Het mag duidelijk zijn, dat je bij de aard van de spellen moet letten op de leeftijd en de belevingswereld van de kinderen en de omstandigheden en regels van het terrein. Geef de kinderen ook voldoende rust. Een goed gevuld programma houdt niet in dat het ook afmattend moet zijn.

 

Speciaal voor sportknotsen is er het sport- en spelweekend. Er is tijdens het weekend veel functiegerichte informatie. Zo moet je een groep van 42, soms kleine kinderen stil kunnen krijgen voor een uitleg van een spel. Daar zijn technieken voor en die kunnen we je leren. En om te voorkomen dat je het wiel opnieuw gaat uitvinden geven wij je ook leuke ideeën voor spelen en activiteiten. Kijk voor meer informatie over bijvoorbeeld de data op http://www.lckv.nl. Daarnaast is er op deze pagina's veel informatie verkrijgbaar speciaal voor jou!

Tijdens het kamp komt er ook veel praktische organisatie op je af. De coördinatie met de koks (voor het tijdstip van eten), met de adjudanten (tijdstip kantine), het afzetten van een spelbos overdag en ’s nachts, het regelen van een boerenkar voor een dropping, het op tijd denken aan de juiste kleding voor een spel (je zal niet de eerste knots zijn die met de kinderen in een korte broek door de brandnetels gaat rennen).

 

Beschikbare informatie:

 

Waar je rekening mee moet houden als sportknots

Leeftijd

Deelnemers van 14-15 jaar verwachten een origineler programma dan deelnemers van 8 tot 10 jaar. Ga je dus voor het eerst sport- en spellen, kies dan voor een jonge leeftijd. Of doe het met iemand samen die al de nodige ervaring heeft.

VOORBEREIDING

Het scheelt tijdens het kamp veel werk wanneer je vooraf dingen in orde gemaakt hebt. Zo kun je een avond organiseren waarop je samen met de overige stafleden het ‘knip- en plakwerk’ doet.

Tijdens het stafweekend kun je aan de stafleden vragen wie er aan gratis pennen, mapjes, prijsjes of shirts kan komen. Vaak is er ook wel iemand die kosteloos kan kopiëren en/of plastificeren.

AFWISSELING

Zorg voor afwisseling door middel van drukke en rustige programma-onderdelen. Deelnemers moeten iedere dag hun energie kwijt kunnen maar hebben ook hun rust nodig. Afwisseling van de plek waar de activiteiten plaats vinden houdt de activiteiten interessant.
Zo is het leuk om iedere dag een keer van het terrein te gaan, en kun je op zoek gaan naar verschillende stukken bos. Ook óp het terrein kun je op verschillende plekken activiteiten organiseren.
Houd er rekening mee dat de deelnemers hun nachtrust nodig hebben. Dus organiseer niet twee nachtactiviteiten achter elkaar.
In het begin van de week is iedereen fitter dan later in de week. Plan dus een dagtocht op een van de eerste dagen.
TIP: Doe geen Britse Buldog of andere ‘wilde’ spelen als ochtendgym. De kans op blessures is te groot. Ochtendgym heeft juist tot doel de bloedsomloop te activeren en de spieren warm te maken.

GENOEG

Zorg ervoor dat het programma (te) vol is. Er kunnen beter spelen afvallen dan dat er spelen te weinig zijn.

JOUW BELANG

Het is altijd jammer van de voorbereiding wanneer er spelen afvallen. Maar het belangrijkste is dat de deelnemers een goed uitgebalanceerde vakantieweek beleven. Jullie persoonlijk belang, bijv. het kicken op een zelf bedacht spel, is daaraan ondergeschikt.

Spreek van tevoren met je hoofdleiding af welke spellen je persé wilt spelen.

FLEXIBILITEIT

Alle activiteiten (opstaan, ochtendgym, ontbijt, corvee, spel etc.) moeten goed op elkaar aansluiten. Daar is veel overleg voor nodig. Sowieso met z’n tweeën, maar ook met de koks en hoofdleiding.
Door allerlei omstandigheden zal je regelmatig met programma-onderdelen moeten schuiven. Soms zullen bepaalde onderdelen zelfs vervallen! Dat lijkt in eerste instantie misschien jammer omdat er zoveel tijd in de voorbereiding heeft gezeten. Maar dat is ook niet het hoofdbelang. Het belangrijkste is namelijk dat je een leuk en verantwoord programma draait.

INFORMEREN

Het is prettig wanneer je de overige stafleden op de hoogte houdt van het programma. Wanneer je ze constant voor verassingen laat staan, frustreert dat. Daardoor verdwijnt de zin en het enthousiasme en loopt je programma niet meer lekker.
Maak hier al een begin mee in het stafweekend. Informeer iedereen dus ten aanzien van wijzigingen die zich tijdens de kampweek voordoen.
Meestal doe je dit tijdens vergaderingen. Door vergaderingen kort en informatief te houden, blijft vergaderen leuk en nuttig. De gezelligheid komt daarna toch wel.
Bereid een vergadering ook goed voor met je maatje. Je kunt b.v. al van tevoren bedenken wie je om welke reden op welke post wilt hebben. Over dat soort dingen hoef je niet uitgebreid te vergaderen.
Vergader ook niet over zaken die niet expliciet de hele staf aan gaan. Die zaken kun je ook na de vergadering bespreken.

AUTO

Indien er een auto beschikbaar is dan zal deze op maandag intensief gebruikt worden om boodschappen mee te doen. Je kunt hem op deze dag dus meestal beperkt gebruiken voor het sport- en spelprogramma.

DORP

Naar het dorp gaan is altijd leuk. Bedenk wel dat je te gast bent in zo’n dorp. En dat je je dus een beetje moet gedragen. Als het eerste kamp er een rotzooi van maakt hebben de andere kampen daar alleen maar last van. En misschien wel de hele vereniging. (Dit geldt natuurlijk ook voor het kampterrein!)

OPRUIMEN

Aan het eind van een heerlijke kampweek heeft niemand zin om op te ruimen. Maar het moet toch gebeuren.
Wij maken er dus een spel van! Hoe creatiever je het in elkaar hoe schoner je kampterrein wordt. En de deelnemers vinden het nog leuk ook!

 

HET VOOR DE GROEP STAAN

UITGANGSPUNT

Als ‘sport & speller’ sta je zeer regelmatig voor de groep. Je geeft opdrachten, maakt afspraken en legt spelen uit. Voor iemand die dit niet dagelijks doet is het niet altijd even makkelijk. Je moet er namelijk voor zorgen dat je de aandacht krijgt, de aandacht vasthoudt, ‘onrustige elementen’ in bedwang houdt en de opbouw van je verhaal logisch en begrijpelijk is. Dit zijn nogal wat zaken die je allemaal tegelijk moet doen.

ZE WILLEN WEL

Bedenk dat de meeste deelnemers die met LCKV Jeugdvakanties op stap gaan, weten wat ze te wachten staat. Ze hebben er zin in. Een rumoerige groep wíl wél, maar is gewoon wat enthousiast. Niet te verwarren met druk en vervelend, wat sommigen wel eens denken. Dat vraagt van jouw als sportknots de nodige vaardigheden. Je kunt die afkijken van andere sportknotsen, hetgeen ook heel verstandig is. Zo moet je zien te komen tot een manier van ‘voor de groep staan’ die het best bij jou past.

KORT

Maak je verhaal zo kort mogelijk. Een groep deelnemers kan, afhankelijk van de leeftijd en samenstelling, maar 5 tot 10 minuten geconcentreerd luisteren. Daarna gaat de aandacht al verslappen.

PLAATS

Kies een plek om de groep neer te zetten, zodanig dat jij goed overzicht hebt over de hele groep. De groep kan jou dan ook goed zien dus ook beter horen. Denk er daarbij aan dat je zelf iets hoger gaat staan. Zo kun je zién of ze luisteren.
Laat een groep zo veel mogelijk zitten. Dan zijn ze rustiger. Zorg er ook voor dat je de zon nooit in je rug hebt. Zo voorkom je dat zittende deelnemers hun ogen dicht moeten knijpen om jou te zien. Zorg ook dat je de wind in de rug hebt. Zo zal jouw stemgeluid over de groep waaien,
en sta je niet tegen de wind in te blèren.

HOUDING

Denk er aan hoe je voor de groep staat. Lichaamstaal is hier erg belangrijk. Sta dus rechtop en straal uit dat je iets gaat vertellen dat belangrijk, interessant en vooral leuk is om te horen.

SPREKEN

Praat niet te snel. De deelnemers worden dan overdonderd met informatie. Als je langzaam spreekt heb je meer tijd om na te denken over wat je precies wilt zeggen. Articuleer duidelijk. Slik geen woorden in.
De toon van je verhaal moet gezellig zijn. Niet saai en monotoon.

VERZAMELEN

Spreek met de chefs af dat het handig is om snel te verzamelen. Leg ook uit dat de chefs daar een actieve rol in hebben. Zowel jullie als de chefs moeten er, in het begin van de week, goed op toezien dat er snel verzameld wordt. Het zal dan de rest van de week ook lekker vlot gaan. Van deze investering in het begin van de week heb je dus later in de week profijt.

HET MOMENT VAN BEGINNEN

Je kunt met de deelnemers een signaal afspreken waarmee je aangeeft dat je iets wilt gaan zeggen. Dit kan al heel eenvoudig met b.v. een fluitje. Bij een jonge leeftijd werkt een kort liedje ook uitstekend.
Wanneer de hele groep druk is en een hoop herrie maakt, kom je er vaak niet bovenuit. Ga niet schreeuwen en gillen. Dat kost je je stem. Je moet gewoon wachten op een moment van stilte in de herrie. Van tijd tot tijd is er namelijk een heel kort moment dat niemand even iets zegt. Dat moment pak je om je eerste zin te zeggen. Die zal duidelijk verstaanbaar moeten zijn. Heb je dan de aandacht, dan ga je direct in volume omlaag. Dat scheelt jou je stem en het dwingt de groep om stiller te zijn. Want anders kunnen ze jou niet goed horen. Je belast je stembanden ook minder. Je zult ze toch de hele week moeten gebruiken.

JIJ BENT AAN HET WOORD

Laat vanaf het begin duidelijk zijn dat jij aan het woord bent. Zodra iemand je stoort in je verhaal moet je gelijk duidelijk maken dat dat niet gewenst is. Doe dit kort, zonder al te veel aandacht, maar wel serieus. Dus niet in de vorm van een grapje. Je hoeft ook niet boos te worden. Want die storende deelnemer os alleen maar enthousiast.
Praat een beetje in het rond. De deelnemers zullen vaak in een soort halve cirkel om je heen zitten. Degene die in jouw praatrichting zitten kunnen je het best verstaan. Zo hoort iedereen jou, met een zekere regelmaat, het beste.

SPELUITLEG

Het uitleggen van een spel moet logisch in elkaar zitten. Ten eerste moet je dus zelf het spel kunnen dromen. Ten tweede moet je van tevoren bedacht hebben wat een logische volgorde is om de spelregels te vertellen. Ten derde sta je nog steeds voor een groep waarvan je de aandacht vast moet houden.
Het spel kun je, indien nodig, thuis uit je hoofd leren. Een logische volgorde kun je ook thuis bedenken. Schrijf hem uit op papier. Maak een spiekbrief. Oefen thuis met hardop uitleggen voor de spiegel. Neem je uitleg een keer op een bandje op en luister het af. Oefen samen met je maatje door om beurten een spel aan elkaar uit te leggen. Geef elkaar kritische aanwijzingen. Je zult merken dat het moeilijk zal zijn om zonder te haperen een spel uit te leggen.
Zorg dat de inhoud van je verhaal logisch is. Vertel je verhaal, wanneer mogelijk, in chronologische volgorde. Bijvoorbeeld: ‘Het spel. Er zijn twee groepen. Die hebben elk een kostbaar iets. Zij moeten die van elkaar afpakken. Stel, je komt iemand van de tegenpartij tegen...enz.’

VRAGEN STELLEN

Maak vanaf het eerste moment duidelijk dat vragen pas gesteld mogen worden wanneer jij aangegeven hebt dat dat kan. En dat is pas als jij denkt dat je alles verteld hebt. Vaak, als er vragen tussendoor gesteld worden, gaan ze over dingen die je net wilde gaan vertellen. Wanneer je ze tijd beloofd om vragen te stellen moet je ze die tijd ook geven, dus niet de vragen afraffelen.
Zorg er daarom ook voor dat de vraag door de hele groep gehoord wordt (eventueel zelf de vraag nog een keer duidelijk herhalen), en geef dan antwoord aan de hele groep. Niet ter zaken doende vragen of individuele zaken afkappen en naderhand beantwoorden. Meestal zijn er maar een paar belangrijke vragen.

CHECKEN

Als je denkt dat je alles verteld hebt wat je wilde vertellen, check je nog even bij je maatje en de overige stafleden. Het kan zijn dat je iets over het hoofd gezien hebt. Doe dit gewoon openlijk zodat de deelnemers het kunnen horen (volgen) zodat zij weten dat je nog niet klaar bent en dat ze nog moeten luisteren naar een nagekomen mededeling. Pas als je dat gedaan hebt begin je aan het vragenrondje.

EIND VAN JE VERHAAL

Jij geeft aan dat het gezamenlijke gedeelte is afgelopen. Doe dit door het duidelijk te zeggen. Anders gaan ze op de afbouwende toon van je verhaal af en beginnen er al deelnemers weg te lopen.
Je laatste zin is de eerste handeling die ze moeten gaan doen; ‘Iedereen nu eerst warme kleren aantrekken en daarna verzamelen bij de vlaggemast’ of ‘Ga allemaal een pen halen bij Piet.’ of ‘Blijf rustig zitten tot Monique je komt halen’.

Enkele handige tips voor op kamp!

Hieronder staat een aantal handige tips die je goed kunt gebruiken als sportknots in een LCKV-kamp. Vergis je niet in de voorbereiding. Het best kun je alles thuis al voorbereiden. Dan kom je op kamp niet voor onverwachte dingen te staan.

Nieuw spel

Het is leuk (ook voor de andere stafleden) om spelen een andere naam te geven, of om zelfs spelregels van spelen door elkaar te gebruiken zodat je van twee verschillende spelen één spel maakt. Zorg er ook voor dat je je programma tijdens het stafweekend al kunt presenteren.

Groepsnaam

Wanneer je groepen maakt is het leuk als je de groepen een eigen naam laat bedenken. Eventueel kun je de deelnemers zich laten verkleden naar de naam van hun groep.

Aankleden

Kleed een spel zo veel mogelijk aan (verkleden, een act opvoeren als introduktie van het spel, geld zo echt mogelijk laten lijken, enz.). Zo wordt het spel realistischer of juist grappiger. Zéker bij een oudere leeftijd werkt dit erg goed!

Originaliteit

Bedenk goed dat deelnemers van 14-15 jaar een origineler programma verwachten dan kinderen van 8-10 jaar. Daarom is het verstandig, wanneer je voor het eerst gaat sport- en spellen, om een jonge leeftijd te kiezen.

Je maatje

Het is handig als je gaat sport- en spellen met iemand die je goed kent, en waarvan je weet dat jullie dezelfde uitgangspunten hebben.

Uitleg aan staf

Ga tijdens de stafvergadering na een zware dag niet in op details in van spelen van de volgende dag. Doe dit bijv. tijdens de koffieronde van de betreffende dag. 's Avonds is iedereen te moe. Geef slechts een korte toelichting op het programma.

Verspreiden

Let er op dat, bij het uitleggen van een spel, de chefs zich goed verspreiden tussen de horde. Zo kunnen zij deelnemers die niet luisteren makkelijk en zonder te storen corrigeren.
Anders snapt de helft van de groep het spel niet, of je bent op maandag al je stem kwijt.

Kleding

Zeg op tijd tegen chefs of tegen de deelnemers welke soort kleding ze aan moeten voor het volgende spel. Als je dit tijdens de uitleg doet duurt het daarna weer een kwartier voordat iedereen zich heeft verzameld.
Een goed moment is bijv. aan het eind van een maaltijd.

Verzamelen

Instrueer de chefs in het snel verzamelen van de deelnemers. Laat hen ook hun deelnemers bij elkaar houden, ook al duurt het wat langer voordat er programma start. Wanneer de chefs dit in het begin al 'strak' doen, dan zal het de rest van de week ook snel blijven gaan.

Staffuncties